Wat vindt u van deze dilemma’s?

Hoe ziet Heerenveen eruit in 2040?

Op 11 mei 2020 komt de Commissie ROM bijeen om het concept van de ‘Beleidskoers fysieke leefomgeving’ te bespreken. Dit concept is mede tot stand gekomen op grond van de inbreng van inwoners tijdens een aantal omgevingsdialogen in maart, mei en november 2019. In de beleidskoers wordt het beleid op hoofdlijnen vastgelegd en worden de ambities bepaald. Op grond hiervan wordt de Omgevingsvisie gemaakt.

Tijdens de bespreking in de raadscommissie wordt een aantal dilemma’s voorgelegd aan de raadsleden. Wij delen deze dilemma’s graag met u en horen graag wat u ervan vindt. Om zo uw mening mee te kunnen wegen in onze inbreng.

Reageren kan tot en met uiterlijk 1 mei 2020 naar onze fractievoorzitter van Groen Links, Gerrie Rozema: gerrierozemagroenlinks@upcmail.nl

Dilemma’s

Onder elk dilemma staat kort beschreven wat de gekozen richting in de concept beleidskoers is.

De dilemma’s zijn divers, u kunt er dan ook voor kiezen om enkel uw mening te geven over de dilemma’s die voor u relevant zijn en waar u een uitgesproken mening over heeft.

Voor degenen die er graag iets meer over willen weten is een korte beschrijving van de inhoud van het concept ‘Beleidskoers fysieke leefomgeving’ toegevoegd en de Oplegnotitie bij de beleidskoers (versie 5 februari 2020).

De dilemma’s

nr onderwerp dilemma
1 verstedelijking Alleen inzetten op bouwen binnen bestaand bebouwd gebied of optie voor nieuwe uitbreidingen open houden open houden? Alleen Heerenveen of ook andere kernen? Bijvoorbeeld Akkrum?

In concept:

·         Vooral bouwen in bestaand bebouwd gebied.

·         Woningbehoefteonderzoek om na te gaan of nieuwe uitbreidingswijken wenselijk en noodzakelijk zijn.

·         In kleinere dorpen: kwaliteitsverbetering en transformatie; inbreiding.

2 gezondheid Hoe sterk leggen we de nadruk op gezondheid? Alleen bevorderen of ook strengere eisen stellen aan emissie (van bedrijven of verkeer)

In concept:

·         Vooral gezondheid verbeteren via gezondheidsbevordering en inrichten openbare ruimte (stimuleren wandelen, fietsen etc.)

·         Beschermen via milieuzones en/ of strenge emissie-eisen niet opgenomen in beleidskoers; overigens wel in relatie tot A32.

3 verkeer In welke gebieden willen we minder fysieke ruimte geven aan het autoverkeer, om lopen, fietsen, ontmoeten en spelen verder te stimuleren?

In concept:

·         Sport en bewegen meer deel openbare ruimte.

·         Parkeren ondergronds, verplaatsen parkeercapaciteit.

·         Woongebieden: aanpassen inrichting van wegen en openbare ruimte, meer accent op ontmoeten, spelen en verblijven.

4 openbare ruimte Willen we meer ruimte geven aan inwoners om delen van de openbare ruimte te beheren / naar eigen smaak in te richten? En zo ja, waar?

In concept:

·         Uitwerken groenstructuurvisie: onderscheid hoofd- en nevenstructuur. In nevenstructuur ruimte voor initiatieven van inwoners.

·         Vb: eigen groenbeheer, buurttuin.

5 voorzieningen Moeten we voorzieningen doelbewust gaan concentreren in een aantal (grotere) kerndorpen? Of hier niet te actief op sturen of juist een bepaalde mate van spreiding/verdeling nastreven?

In concept:

·         geleidelijkheid op grond van natuurlijke afwegingsmomenten.

Alternatief, meer regie:

·         samenvoegen en clusteren van voorzieningen in zgn kerndorpen. Op de natuurlijke afwegingsmomenten is dan bepaald in welk dorp een bepaalde voorziening behouden blijft of niet.

6 bedrijventerreinen Moeten we de profielen van bedrijventerreinen anscherpen/aanpassen? Zijn er ook plekken waar we andere functies willen toestaan? (bijvoorbeeld om verouderde gebieden te transformeren).

In concept:

·         gebiedsgericht, scherper profiel in het kader van de Omgevingsvisie à concrete regels en milieucategorieën.

7 ontwikkelingen in het buitengebied Welke eisen stellen we aan ontwikkelingen in het buitengebied? Vinden we het passend om een bijdrage

aan de kwaliteit van het landschap te vragen? (bijv. door het aanleggen nieuwe landschapselementen of

via een bijdrage aan een beheerfonds)

In concept:

Wij stellen voor om bij ontwikkelingen die een grote impact op het landschap hebben of minder goed passen bij een bepaald landschapstype, te vragen om een kwaliteitsprestatie. Dit betekent dat de ontwikkeling (eventueel op een andere plek) bijdraagt aan een mooier landschap. Bij nieuwe investeringen kun je denken

aan de aanleg van bos, nieuwe recreatieve routes, maar het kan ook een bijdrage zijn in het beheer van bestaande landschapselementen (afhankelijk van de plek en het landschapstype). Daarbij is de omvang en de impact van de ontwikkeling bepalend voor de gevraagde investering in het landschap.

De methodiek van de kwaliteitsimpuls moet na vaststelling van de Omgevingsvisie uitgewerkt in een beleidsnotitie.

8 energietransitie Welke criteria hanteren we bij de inpassing van de opgave uit de Regionale Energiestrategie?

In het concept:

·         Met de Omgevingsvisie en daaruit voortvloeiend beleid bepalen we welke vormen van energie we willen toestaan en welke voorwaarden stellen we aan goede ruimtelijke inpassing.

·         Kleinschalige initiatieven vergunningsvrij, bij monumenten en bescherm dorpsgezicht lichte vorm van sturing.

·         Bij grootschalige projecten vier afwegingsprincipes:

–        de bestaande kwaliteiten van een gebied zijn uitgangspunt voor de ontwikkelingen (ruimtelijke kwaliteit);

–        zuinig ruimtegebruik, onder andere door vraag en aanbod zo veel mogelijk dicht bij elkaar: dit bespaart ruimte voor infrastructuur;

–        meervoudig ruimtegebruik onder andere door het combineren van opgaven en investeringen met andere opgaven;

–        grootschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied gaan gepaard met nieuwe investeringen in het landschap.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *